• Over de auteur: Husein Mujagić


    Huse Mujagić werd geboren in de hongerwinter van 1944 in het noordwesten van Bosnië en Herzegovina. In die tijd was Bosnië nog onderdeel van Joegoslavië.

    In de jaren na de Tweede Wereldoorlog in het Joegoslavië van Tito, de man die de Joegoslaven wist te bevrijden van de Nazi’s, had hij een gelukkige jeugd. Zijn droom om leraar te worden, is uitgekomen. In de jaren ’60 is hij zijn carrière als leraar gestart. Ondanks diverse andere bezigheden en vele mogelijkheden om door te stromen tot zelfs het landelijke bestuur voor onderwijs, heeft hij zijn school nooit willen verlaten.

    In die eerste jaren ontmoette hij zijn latere echtgenote Nadja en na enkele jaren trouwden ze. Ook zij werd lerares. Kort daarna kregen ze twee zonen. De school, waar ze in werkten, had op het hoogtepunt meer dan 3.600 leerlingen. In die tijd was Huse daar vice-directeur. Tien jaar na het tweede kind besloten ze om van hun oorspronkelijke idee van een gezin met twee kinderen af te wijken, een derde werd geboren, en vijf jaar later ook een dochter.
    Ze hadden een goed leven in het idyllische plaatsje Kozarac, totdat begin jaren negentig de oorlog uitbrak in voormalig Joegoslavië.
    Na een enkele moeilijke oorlogsjaren is het hele gezin naar Nederland geëmigreerd.

    Huse heeft, na het leren van de Nederlandse taal, een baan kunnen krijgen op een school. Een werkomgeving waar hij zijn hele leven in heeft mogen doorbrengen en waar hij graag naar terugwilde. Omdat een leerkracht de Nederlandse taal vloeiend dient te spreken, was dit vak helaas voor zowel Huse als zijn echtgenote niet meer weggelegd. Huse heeft een baan geaccepteerd als conciërge op een basisschool en heeft daar jaren met plezier gewerkt; tot aan zijn pensioen in 2009.
    Huse: ‘Mijn hele leven heb ik tussen de schoolbanken doorgebracht. Daarom voelde ik me op een basisschool alsof ik weer thuis was. De collega’s daar hebben me zeer vriendelijk ontvangen en de kinderen noemden me “meester", hoewel ik geen docent meer was.’

    Niet zozeer omdat hij zijn loopbaan als leraar wilde voortzetten, dat plan heeft hij moeten loslaten, maar omdat hij zijn kinderen wilde bijstaan in hun Nederlandse onderwijscarrière, ontstond een idee bij de oud-leraar om een woordenboek te schrijven: voor zijn kinderen. Een woordenboek Nedrelands - Bosnisch, Kroatisch en Servisch, want de onderlinge banden tussen de talen die nu in de ex-Joegoslavische landen worden gesproken zijn onloochenbaar.
    ‘De kinderen hadden het immers niet makkelijk. Ze moesten zich aanpassen aan de nieuwe omgeving en hun scholing voortzetten. Daarom heb ik eerst een woordenboek geschreven met de belangrijkste woorden die mijn kinderen zouden moeten weten. En dat is niet tevergeefs geweest. Mijn kinderen zijn allemaal goed terechtgekomen', vertelt hij trots.

    Het werken aan het woordenboek bleek nog een onverwacht, positief, effect te hebben op het leven van familie Mujagić. Schrijvend aan het woordenboek ontdekte Huse dat door de intensiteit waarmee hij aan het woordenboek schreef, de herinneringen aan de oorlog langzaamaan begonnen te verbleken. Hij wist zich op die manier beetje bij beetje aan de oorlogsdemonen te ontworstelen en het verleden achter zich te laten.

    'De herinneringen die door mijn hoofd dwaalden, waren niet leuk. Maar op het moment dat ik de woorden begon te verzamelen, gebeurde er een wonder. In plaats van aan de oorlog te denken, begon ik steeds meer aan woorden te denken. Nog later maakten de oorlogsbeelden in mijn dromen zelfs plaats voor woorden.'

    Het woordenboek is een mooie bekroning van 10 jarige reeks inspanningen en een bijzonder levensverhaal.
    In het voorwoord van zijn woordenboek verzekert hij dat ‘...de mensen die de Nederlandse taal als moedertaal beschouwen, of deze goed beheersen, zich met de hulp van de woorden uit dit woordenboek verstaanbaar kunnen maken in Bosnië en Herzegovina, Kroatië, Montenegro en Servië, en vice versa.’